Op zoek naar iets?

Frank met gezin in Noorwegen

Frank in Noorwegen

Waar de tijd geen rol meer speelt

-----------------------------------------------------------------------------

 

Na twee vluchten met een korte tussenlanding in Oslo en een mooie aanvliegroute langs besneeuwde bergtoppen, strijken we neer in Bodø, Noorwegen. Het is 6 juni en dat betekent dat we pal in het land van het eeuwige licht staan. Bodø ligt zo’n 90 kilometer ten noorden van de arctische poolcirkel, waardoor het hier ’s zomers voortdurend pooldag is. De zon gaat gedurende een aantal weken niet meer onder en hoe noordelijker je reist, hoe langer die periode aanhoudt. Benieuwd wat voor effect dat op ons systeem zal hebben. En hoe zal ons éénjarig dochtertje reageren op wat haar eerste grote Scandinavische rondreis wordt?

De huurwagen die ons opwacht op de parking is een robuuste KIA Sportage SUV die net voldoende plaats biedt aan onze 7 stukken bagage. Volgeladen zetten we koers naar het vlakbij gelegen centrum van Bodø en checken in in het Thon Hotel Nordlys, vlak aan de waterkant. De zon schijnt hard en er staat een stevige bries. Moe van het reizen beslissen we echter snel onder zeil te gaan. Gelukkig beschikt de kamer over voldoende verduisterende gordijnen en is het voor ons dan ook snel oogjes dicht.

Zelden van zo’n uitgebreid en lekker ontbijt mogen genieten als de volgende ochtend. Dikke pluim aan het Thon Hotel Nordlys en zijn uiterst vriendelijke medewerkers. Tijdens het ontbijt worden we omringd door een groot aantal militairen van de United States Air Force. Zij zijn hier op manoeuvre. De nabijheid van de Russische beer is hier wellicht niet vreemd aan.

Woelige wateren

 

Frank ik Noorwegen

  

Normaal gezien zouden we vanuit Bodø de veerboot nemen die op zo’n drie uur tijd de oversteek naar Moskenes op de Lofoten maakt. Te elfder ure had ik die plannen echter gewijzigd. Reizen zit in mijn bloed, maar helaas zadelde moeder natuur me op met een vervelend hardnekkige vorm van reisziekte. De oversteek van Bodø van Moskenes staat bekend om zijn woelige wateren en daarom leek het me wijzer om een veerboot wat dieper in de fjord te nemen, waar de golfslag niet meer zo hevig is. Dat betekent wel eerst een stevige rit van zo’n drie uur naar Bognes, dan een uurtje op de veerboot, en dan nog eens 3,5 uur van Laudingen naar Reine, ons eindstation voor vandaag. Voor al wie niet zeeziek wordt, raad ik aan om gewoon de veerboot van Bodø naar Moskenes te nemen. Je arriveert dan op de zuidpunt van de Lofoten en het bespaart je de lange rondrit. Wie wat rustiger wateren wil, kan de veerboot van Skutvik naar Svolvær overwegen (een kleine twee uur) of van Bognes naar Laudingen (een uurtje), zoals wij deden.

Het rondrijden heeft echter ook één groot voordeel. De rit van Laudingen naar Reine gaat over één van Noorwegens 18 National Scenic Routes. Kortweg de mooiste trajecten die je in Noorwegen kan rijden. De E10 tussen Raftsundet in het noorden en Å in het zuiden is dan ook adembenemend. Als je vanuit het noorden komt, wordt het landschap alsmaar spectaculairder. De toppen op de Lofoten eilandengroep worden hoger en scherper naar de zuidpunt toe, dus het natuurfraais dat zich voor onze ogen afspeelt, gaat voortdurend crescendo. Alsof we naar een aflevering van Planet Earth zitten te kijken…

 

Frank op de Lofoten

 

De verbazing bereikt een hoogtepunt als we Reine naderen. Via een reeks door bruggen met elkaar verbonden eilandjes, geflankeerd door indrukwekkende pieken, rijden we het volledig door water omgeven Reine binnen. Reine is één van ’s werelds meest ‘geinstagramde’ plaatsjes, maar in het echt is het zo mogelijk nog mooier. De fotogenieke, rode, op palen gebouwde oude vissershuisjes (rorbuer), het kabbelende blauwe water, de woeste bergflanken die het dorpje als reuzen lijken te beschermen… we komen ogen tekort. De zilte zeelucht draagt de geur mee van drogende stokvis. Er valt niet naast te kijken, overal op de Lofoten staan er grote houten stellingen, waar duizenden flinke stokvissen te drogen hangen. Het is een traditie van meer dan 1000 jaar oud en tot op de dag van vandaag nog steeds commercieel lucratief. Naast het toerisme is de visvangst hier dan ook de belangrijkste bron van inkomsten. We checken in in één van de rorbuer en kijken vanop ons terras uit over het water. Wat een weelde!

De Vikingen van Vestvågøy

 

De volgende ochtend is het weer wat omgeslagen. Een laaghangend wolkendek onttrekt de bergtoppen aan het zicht en alles is plots grijs en kil. Gelukkig blijft het droog. Vrouw en dochter willen het vandaag wat rustig houden en een beetje bekomen van de voorbije reisdagen. Zelf beslis ik om vandaag het eiland Vestvågøy wat te verkennen. Een eerste stop maak ik in Borg. Vanop de E10 overheerst een machtige Vikingwoning het landschap. In het bijhorende Loftr Vikingmuseum hoor je het verhaal over hoe een lokale landbouwer eind jaren ’80 tijdens het ploegen plots op een aantal archeologische vondsten stootte. Onderzoek leerde al snel dat de man de overblijfselen van ’s werelds best bewaarde Vikinghuis had gevonden. Op basis van wat de archeologen opdiepten, werd het 80 meter lange Vikinghuis op ware grootte nagebouwd. Binnenin beelden acteurs het leven uit zoals het moet zijn geweest rond het jaar 900. Verschillende ambachten worden getoond en wie wil, kan ook met pijl en boog schieten en met een strijdbijl werpen. Educatief vertier voor jong en oud en een bezoekje meer dan waard.

 

Loftr Vikingmuseum op Vestvågøy

  

Vanuit Borg is het slechts 20 minuutjes rijden naar de noordelijke kustlijn. In het vissersdorpje Eggum bouwde men een klein amfitheater vlak naast een oude radarinstallatie. Het geheel werd naar goede Noorse architecturale gewoonte optimaal geïntegreerd in de natuur. Een korte wandeling langs het mooie keienstrand leidt vanaf het amfitheater naar het ‘hoofd van Eggum’. Het ‘Hode’ beeldhouwwerk door Markus Raetz beeldt een mensenhoofd uit dat over de zee uitkijkt en verandert van positie naargelang vanuit welke hoek je het bekijkt. Zelf sta ik versteld hoe klein het werkje wel is, ik was er haast aan voorbij gelopen. Niettemin een fascinerend kunstwerk te midden een fraai kustlandschap.

Als ik in de vroege avond terugkeer in Reine is de wind flink aangewakkerd. De golven rollen witbeschuimd aan en onze rorbu kreunt en steunt terwijl het water met bakken uit de hemel valt. Dit noemen de Noren wellicht ‘een beetje slechter weer’. We vragen ons af hoe het hier moet zijn als het eens écht stormt…

Zeg eens Å!

 

De felle regenbuien van de afgelopen nacht moeten het gevolg geweest zijn van twee botsende weerfronten, want de ochtend kondigt zich vandaag stralend aan. De felle wind is er nog wel, maar de zon schijnt hard aan de hemel. Na het alweer uitstekende ontbijt (wie wil er nu geen op de tong smeltende zalm om de dag mee te starten?) beslissen we om samen Reine te voet te verkennen. Er is slechts één hoofdstraat, maar het loont de moeite om ook de weggetjes links en rechts te verkennen. Voor we het beseffen staan we aan een wondermooie rotskust of zomaar aan een kunstgras voetbalveld aan de rand van de oceaan… Met de zon wolkeloos aan de hemel maakt mijn fototoestel overuren.

  

De Lofoten

  

In de namiddag rijden we zo zuidwaarts als mogelijk. In Å, het dorp met de kortste naam ter wereld, houdt de weg op en voelen we ons alsof we op het einde van de wereld staan. Vanaf het parkeerterrein is het een kort stukje lopen tot aan de rotskust waar we een schitterend zicht hebben op de zuidpunt van de Lofoten en het 15 kilometer voor de kust gelegen eiland Værøy. Hier in Å opent binnen enkele dagen Noorwegens 40e nationaal park, Lofotodden. Een uniek gebied van 86 km² op het land en 13 km² op de zee waar heel wat zeevogels hun broedplaatsen hebben, wordt op die manier beschermd.

Na een stokvis avondmaal in het Å Rorbuer & Brygga restaurant (we delen een portie, want kostprijs vlotjes 35 euro per persoon…) keren we terug naar Reine voor een laatste duisterloze nacht in onze vissershut.

Weg van de wereld

 

Svolvær ligt zo’n drie uur rijden noordelijker dan Reine en is onze volgende bestemming. Onderweg valt er heel wat te zien. De Noren bouwen langs elke National Scenic Route opmerkelijke rustplaatsen en dat is hier niet anders. Een stop bij Akkarvikodden, Skreda en Torvdalshalsen loont zeker de moeite, zowel voor de architectuur als het uitzicht. De Lofoten tellen ook talloze idyllische stranden. Niet direct om te baden, daarvoor is het water van de Noordelijke IJszee wat aan de koude kant, maar wel ideaal om te wandelen en foto’s te nemen. Zo passeren we achtereenvolgens Rambergstranda en Brunstranda.

 

De Lofoten

 

Aan de kop van een diep uitgesneden fjord nemen we de afslag naar Nusfjord, een vissersdorp dat op de Unesco Werelderfgoedlijst prijkt. Een bezoek aan Nusfjord is een must, alleen al voor de 6 kilometer lange weg die er naar toe leidt. We lijken op een muur van bergkolossen af te stevenen, vooraleer we een prachtige vallei indraaien, geflankeerd door een meer. Het piepkleine Nusfjord duikt even plots als onverwacht op. Een gigantische rotsblok ligt vredig in het water en doet de felgele vissershuisjes ernaast minuscuul lijken. Het zou zomaar een beeld uit Tolkiens beroemde ‘In de ban van de ring’ epos kunnen zijn. Op de parking is nog plaats, wat betekent dat we vroeg genoeg gearriveerd zijn om de massa voor te zijn. Nusfjord staat in elke gids als een ‘must see’ en dat trekt uiteraard veel volk. Je komt dan ook best naar hier in de ochtend. Als we het houten wandelpad dat rond het haventje kronkelt betreden, komt ook de zon door de wolken piepen. Het maakt de snijdende oceaanwind die hier blaast wat draaglijker. Nusfjord is bijzonder fotogeniek en ademt nog echt de sfeer van de visserij van de eerste helft van de 20e eeuw. Oude foto’s tonen hoe men hier leefde onder bijzonder barre omstandigheden. Een hard bestaan, ver weg van de rest van de wereld.

Wie wat meer tijd heeft kan het mooie kustpad naar Nesland volgen en weer terug. Reken daarvoor zo’n 4 uur. Wij sloten ons bezoek aan Nusfjord af met een stop aan de lokale ‘bakeri’ voor een heerlijke versgebakken Noorse kaneelbol. Smakelijk!

Klimmen met de middernachtzon

 

Nu de zon helemaal door de wolken is gebroken, hebben we nog meer zin gekregen in ‘instagram’ stranden. Haukland en Utakleiv zijn twee stranden aan de westkust van de Lofoten die van elkaar gescheiden worden door een bergwand en een tunnel. De twee zijn totaal verschillend van karakter. Haukland is een breed zandstrand aan een rustige azuurblauwe baai met enkele grote, in het oog springende, rotsblokken. Aan de andere kant is Utakleiv bijna het tegenovergestelde met zijn talloze keien en woest beukende golven. Je kan makkelijk van Haukland naar Utakleiv wandelen langs het pad dat om de bergwand loopt. Reken twee uur heen en terug. De echte bergwandelaars kunnen van aan het strand van Utakleiv de beklimming van de Himmeltindan aanvatten (931 m), een pittige tocht van 4,5 uur. De uitzichten van op de top op de stranden zijn fenomenaal. Als je de tocht ’s avonds onderneemt en het weer zit mee, krijg je er hier de middernachtzon gratis bovenop (tussen pakweg eind mei en half juli).

 

Strand op de Lofoten

  

In Svolvær checken we in de late namiddag in in Svinøya Rorbuer. Opnieuw een op palen gebouwde oude vissershut dus, maar deze blijkt nog een stuk ouder dan die in Reine. Een plakkaat op de deur geeft aan dat onze rorbu deel uitmaakt van het Noors cultureel erfgoed. De houten woning is erg gezellig ingericht met leefruimte/keuken, twee slaapkamers en een badkamer. Het zicht op de dominante top van de berg Fløya is perfect en ook de Svolværgeita is van hier uitstekend te zien. De Svolværgeita is een gigantische rots die als een toren vanuit de bergflank van Fløya oprijst en op de top splitst in twee ‘geitenhoorns’. Het is populair om de Svolværgeita onder professionele begeleiding te beklimmen en dan bovenaan van de ene ‘hoorn’ naar de andere te springen. Dit is tevens het symbool van Svolvær. Voelt u zich geroepen?

Het is alweer dinsdag 11 juni en vandaag is onze laatste dag op de Lofoten vooraleer we een flink stuk noordelijker rijden. Tijd dus voor een eerste deftige trektocht. Althans dat is het plan. De idee is om in Henningsvær de Festvågtinden (541 m) te beklimmen. Van daarboven zouden we dan een weergaloos uitzicht hebben over Henningsvær, dat zich over een aantal eilandjes aan de voet van de berg uitstrekt. Het weer is wederom stralend, al staat er wel een briesje. Vol goede moed begeven we ons dan ook naar het startpunt van de beklimming. Niet al te veel volk en uiteraard eerst goed voorbereiden. Ik draag onze éénjarige dochter op mijn rug in een speciale draagzak, terwijl mijn vrouw de rugzak met al het nodige babymateriaal en proviand voor haar rekening neemt. Zo gezegd, zo gedaan. De tocht duurt evenwel nog geen 100 meter. Voor we het goed en wel beseffen staan we voor een gigantisch veld met torenhoge rotsblokken die moeten bedwongen worden vooraleer het steile bergpad omhoog te bereiken. Al snel beseffen we dat dit met een éénjarige baby totaal onverantwoord is. Op zo’n momenten dien je naar het gezond verstand te luisteren en dus maken we rechtsomkeer.

 

Henningsvær

 

Gelukkig is er nog Henningsvær zelf, een gezellig plaatsje verspreid over een aantal door bruggen met elkaar verbonden eilandjes. Helemaal achteraan ligt één van ’s werelds meest bekende voetbalvelden. De groene mat ligt op haar eigen eilandje, omgeven door water. Als je hier de bal hard over of naast het doel trapt, is de kans groot dat je hem uit de oceaan kan gaan vissen. Op de rotsen rond het voetbalveld genieten we van een uniek uitzicht op de oostkust van de Lofoten zowel in noordelijke als zuidelijke richting. Er is geen wolkje aan de hemel vandaag en zo zien we heel in de verte zelfs het eiland Værøy liggen, zo’n 80 kilometer van hier!

Onderweg naar Senja

 

Na alweer een nacht onder de blakende middernachtzon zetten we verder koers in noordelijke richting. Einddoel is het eiland Senja, 200 km in vogelvlucht van Svolvær, maar met de wagen en de beschikbare wegen zullen we er over land twee dagen over doen. Een kortere weg loopt via de Vesterålen waar je vanuit Andenes de veerboot naar Gryllefjord kan nemen, maar wegens de eerder vermelde reisziekte zie ik hier vanaf. De wetenschap is er wel dat we wegens het strakke reisschema deze veerboot later in omgekeerde richting wellicht toch zullen dienen te nemen. Maar daarover later meer…

 Op Austvågøya maken we een ommetje langs de kustlijn tussen Laukvik en Melbu. In Delp vinden we niet alleen het startpunt van de alom geprezen Matmora trekking (788 m), waarvoor we zeker nog eens terugkeren later, maar ook enkele fabelachtig mooie strandjes. Hier is niemand… Ons dochtertje is in haar nopjes en onder een blakende zon zet ze dappere stapjes in het mulle strandzand. We voelen ons de koning te rijk.

 

Onderweg naar Senja

 

Wie net zoals wij de landroute naar Senja neemt en van dieren houdt, dient zeker een bezoekje aan het Polar Park in Bardu te brengen. Slechts 8 diersoorten leven hier, maar het park is zo ingericht dat we echt het gevoel hebben in het natuurlijke biotoop van de dieren te vertoeven. Sommige dieren, zoals de lynx en de veelvraat, laten zich moeilijker spotten, maar de eland, de wolf, de bruine beer, de muskusos, het rendier en het hert laten zich makkelijk opmerken. Verschillende berenfamilies leven hier en we kunnen erg dicht bij de dieren komen. Wees voorzichtig, maar ik ken geen enkele plek waar je een bruine beer van zo dichtbij in de ogen kan staren en zijn adem kan voelen. Wat een geweldige plek is dit!

Een uurtje noordelijker nemen we de afslag naar Senja. In Finnsnes doet de 1147 meter lange Gisund brug dienst al toegangspoort tot het eiland. Senja is tot dusver minder bekend en bereisd dan zijn populaire zuiderburen Lofoten en Vesterålen. Nochtans is de natuurpracht hier even indrukwekkend. We zetten koers naar Mefjordvær, een vissersdorp aan het eind van de wereld. En dat mag je letterlijk nemen. De wegen en tunnels worden alsmaar smaller en hoe dichter we Mefjordvær naderen, hoe minder auto’s er ons passeren. Maar wat is het hier prachtig! We volgen een weg die zich om de Mefjord heen kronkelt en naderen alsmaar meer op de oceaan in de verte. Een muur van bergen werpt zijn schaduw over de fjord. Net op het moment dat je denkt dat je de oceaan inrijdt, stopt de weg en sta je pal aan Mefjord Brygge, onze standplaats voor de volgende drie nachten.

I wish I was a fisherman

 

Mefjordvær staat wereldwijd bekend bij vissers om zijn uitstekend bevisbare wateren. Twintig vissersbootjes liggen hier klaar om het ruime sop te kiezen en we zien dan ook heel wat hooggelaarsde vissers die druk in de weer zijn met hengels, netten en wat nog meer. Even flitst er een flard van een Waterboys nummer door mijn hoofd: “I wish I was a fisherman, tumbling on the seas”. Zou mooi zijn, was het niet voor die dekselse zeeziekte…

Ons appartementje kijkt uit over de fjordbaai en is knus. Achter de kleine pier wacht de onmetelijke Noordelijke Ijszee. Ik kijk op mijn kompas en merk dat de monding van de fjord  pal in het noorden ligt. Met de zon nog steeds staalhard aan de hemel kan ik me geen beter decor wensen om de middernachtzon te fotograferen. Het fenomeen middernachtzon is een rechtstreeks gevolg van de axiale tilt van onze planeet. Doordat de aarde 23° gekanteld staat t.o.v. de horizontale as gaat de zon in de zomer boven de noordpoolcirkel niet onder en komt ze in de winter niet op. In plaats van onder te gaan in het westen, zakt de zon tot haar laagste punt pal in het noorden en begint dan terug te klimmen richting het oosten. Een heel bizar fenomeen dat de interne klok van mens en dier danig overhoop haalt. Zo bevind ik me na middernacht op deze 14e juni op een aantal rotsblokken pal naast de aanrollende oceaan en schijnt de zon pal in mijn lens. De schaduwen zijn lang, er zijn geen andere mensen rond me, het enige geluid komt van de zacht klotsende golven en van een occasioneel laag overscherende zeemeeuw. Mijn fototoestel klikt en klikt en anderhalf later keer ik meer dan tevreden terug naar ons appartementje.

 

Mefjordvær

  

Ook op Senja loopt er een National Scenic Route. De 102 kilometer tussen Botnhamn en Gryllefjord varieert van steile bergwanden die diep in de fjorden duiken tot kleurrijke baaien met idyllische strandjes. Vandaag staan er drie hoogtepunten van deze route op onze agenda. De eerste stop maken we in Ersfjord, aan het gelijknamige strand. Het smaragdgroene water in de baai contrasteert mooi met de blauwe lucht en het witte zand. De temperatuur klimt richting 14 graden en dat mogen we hier echt wel zomers noemen.

De Drakentanden van Tungeneset

 

Het om de hoek gelegen architecturale pareltje Tungeneset is wereldberoemd geworden dankzij alweer Instagram. De moderne houten loopbrug gaat naadloos over in een vlakke rotskust waarachter de ‘Drakentanden’ de horizon beheersen. Deze spits gekartelde bergkam die uitmondt in de oceaan wordt druk gefotografeerd, zo ook door ons.

Het Utsiktsplattform in Bergsbotn is nog zo’n slimme creatie van de Noorse architecten. Hoog boven de fjord werd een 44 meter lang uitzichtpunt aangelegd. Het panorama over de fjord is indrukwekkend en op drukke dagen dien je dan ook je beurt af te wachten om dat ene kiekje te maken.

 

Frank met gezin in Noorwegen

Hesten (556m)

 

Senja is ook een gedroomde locatie voor bergwandelaars. Zowat elke top hier kan beklommen worden, van redelijk eenvoudig tot wandelingen van alpinistisch niveau. Na het avondmaal kies ik voor de beklimming van de Hesten (556 m). Hesten ligt naast de monoliet Segla (590 m) en biedt een geweldig uitzicht op Segla, de omliggende fjorden en de oceaan. Als ik om 21u00 aan de start van het pad in Fjordgård sta, zie ik enkele andere wandelaars op de helling voor me. Dat stelt altijd gerust, een bergwandeling doe je best niet alleen. Ik passeer eerst een Nederlands stel en even later een Amerikaanse familie met twee tieners. De klim valt mee. Na een drassig stuk waar je over loopplanken wandelt, volgt een kort stuk met lage boompjes dat overgaat in een steiler en rotsachtig gedeelte. Na ongeveer een uur bereik ik de kam tussen Hesten en Stavelitippen.

 

Hesten

  

Het zicht op Segla is al uitstekend, maar voor het echte topzicht moet ik toch boven op Hesten zijn. Samen met de Nederlanders en de Amerikanen beslissen we de klim te wagen. Sommige stukken zijn echt steil en niet ver van de rand van de kam, dus zeker niet geschikt voor mensen met hoogtevrees. Ik voel me als Frodo die de bergwand van Mordor beklimt en probeer gefocust te blijven. De Amerikaanse tieners bereiken als eerste de top en even later sta ook ik samen met de anderen op boven op Hesten. Waw, wat een zicht!! 360° in het rond enkel maar bergtoppen, diep uitgesneden fjorden en in het noorden de middernachtzon. Beter dan dit wordt het niet! Iedereen kijkt een kwartiertje de ogen uit en probeert het machtige uitzicht zo goed mogelijk op de gevoelige plaat vast te leggen. De afdaling is zo mogelijk nog zenuwslopender dan de klim, maar traag en gestaag geraken mijn wandelgezellen en ik terug op de begane grond. De klok zegt dat het 00u30 is en ik voel me kiplekker.

De volgende voormiddag merken we hoe snel het weer kan omslaan aan de Noorse eilandenkust. Een laaghangend wolkendek komt razendsnel de fjord binnen gedreven en onttrekt alle toppen rondom ons aan het zicht. Grijs weer en dus weinig kleurschakeringen. Toch maken we een korte en makkelijke heuvelwandeling naar het topje van Knuten. Deze heuvel ligt tussen Mefjordvær en de oceaan in en de klim naar boven vergt amper 10 minuten. We testen opnieuw de draagrugzak uit en aan het zingen van ons dochtertje te horen, vindt ze het allemaal best.

A fisherman I'll never be

 

Met nog één dag te gaan dienen we ons terug zuidwaarts te begeven. Omdat we ook nog graag het Vesterålen eiland Andøya willen zien, dienen we de veerboot van Gryllefjord naar Andenes te nemen. Bij een wolkeloze lucht en een verwaarloosbare bries van 2 meter per seconde kan er niks misgaan. Aanvankelijk lijkt dat ook zo. De grote veerboot van Torghatten Nord glijdt de Gryllefjord uit en we genieten op het dek van een schitterend zicht op de omringende bergen. De oversteek duurt ongeveer 1 uur en 40 minuten en daarvan is er een dik uur open zee. Als het schip de eerste lichte zeegolven trotseert, protesteert mijn maag al een eerste keer. Het zal toch niet waar zijn… Het is wel waar. Een uur lang afzien, koud zweet en alles wat er op volgt… Ik zal wellicht nooit zeebenen krijgen.

 

Richting Vesterålen

 

Mijn helletocht op zee wordt echter al heel snel goed gemaakt eens we aan land gaan op de Vesterålen. Net achter Andenes start immers opnieuw een National Scenic Route die langs de westelijke kustlijn zuidwaarts loopt tussen Bleik en Nøss. In tegenstelling tot de kusten van de Lofoten en Senja storten de bergen zich hier veel minder dramatisch in de oceaan en is de kustvlakte hier op een aantal plaatsen enorm breed. Onder het niet aflatende zonnelicht liggen de stranden en achterliggende velden er dan ook stralend bij vandaag. We ontdekken Stave dat aan een uiterst langgerekt zandstrand ligt en waar je vanuit prachtig in de natuur verwerkte hot pools van het fenomenale uitzicht en de middernachtzon kan genieten. Moesten we nog wat meer tijd hebben, dan bleven we hier zeker enkele dagen plakken…

De hele kustlijn tot aan Nøss verbaast trouwens door haar schoonheid. Halverwege de route, in Bukkekjerka, hebben de Noorse architecten weer een fascinerend bouwwerk neergezet van waar je een kilometers ver uitzicht hebt. Zeker stoppen hier om wat rond te wandelen, achter de heuvel ligt ook een klein schiereiland met vuurtoren dat de moeite is.

 

Andøya

 

Voor de wandelaars vallen vooral de kustpaden tussen Bleik en Stave te verkennen. Ook wie graag eens een walvis, orka, zeearend of papegaaiduiker in zijn natuurlijk biotoop ziet, heeft hier heel wat opties. En… opmerkelijk minder toeristen hier dan op de Lofoten. Wat een aangename ontdekking is Andøya!

 Als we laat in de namiddag in de buurt van Evenes arriveren, zit onze Noorse eilandreis er op. Van de 11 dagen was de zon 9 dagen van de partij, geen reden tot klagen dus. De zichten waren indrukwekkend, Noorwegen blijft verrassen en is simpelweg één van de mooiste (of misschien wel hét mooiste) landen op onze blauwe planeet. We onthouden ook de woestheid van de natuur hier op de eilandengroepen. We kwamen dan ook erg weinig mensen tegen met een zo kleine baby als de onze. En terecht, ondanks het feit dat onze kleine jongedame het prima heeft gedaan, raden we een dergelijke veeleisende rondreis toch af met jonge kinderen.

Deze rondreis kwam tot stand met steun van Zuiderhuis, waarvoor dank.

Frank Neels is een travel professional met meer dan 10 jaar ervaring in reizen naar het hoge noorden. Voor Zuiderhuis ontfermt hij zich over het zomers en winters aanbod in Scandinavië.