Op zoek naar iets?

Paaseiland of Rapa Nui

Het raadsel van Rapa Nui

1722 - Een toevallige ontdekking

 

Wanneer de Nederlandse ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen in 1722 in dienst van de beruchte West-Indische Compagnie aanmeerde voor de paarlemoeren stranden van Rapa Nui, gaf hij het piepklein vulkanisch eiland in de Stille Zuidzee prompt de naam ‘Paaseiland’. Omdat het eiland bij toeval rond Pasen “ontdekt” werd en Europeaanse ontdekkingsreizigers nu eenmaal de kwalijke gewoonte hebben nieuwe namen te geven aan reeds bewoonde eilanden. Wegens de zware branding lukte het Roggeveen en zijn bemanning niet voor anker te gaan, waarop de eilandbewoners gezwind besloten zelf naar de schepen van de Nederlander toe te peddelen. In het logboek van Roggeveen valt te lezen: “Zij kwamen ons met blijdschap verwelkomen”. Wie heeft nu precies wie ontdekt? Bovendien was de avonturier uit de lage landen op zoek naar het hypothetische continent Terra Australis of Zuidland, en meerde hij eerder toevallig bij Paaseiland aan, een hardnekkige kwaal bij vermaarde ontdekkingsreizigers.

 

Een westerse voorstelling van de beelden op Rapa Nui

 

Wat Roggeveen aantrof op Rapa Nui overtrof zijn - en bij uitbreiding heel Europa's - stoutste dromen. Als stonden ze daar reeds duizenden jaren trouw op wacht, torenden boven het eiland bijna 900 Moai uit, rituele beelden met menselijk gelaat, zorgvuldig uitgehouwen uit vulkanische gesteente en basalt. Sinds vroeg in de 11de eeuw waren de Polynesische eilandbewoners flink in de weer geweest om steeds complexere en hogere beelden te laten verrijzen. Vermoed wordt dat de beelden roemrijke voorouders voorstellen en – quasi animistisch - zelf een levende reïncarnatie van die voorouders zijn. Ze werden liggend uitgehouwen en met mankracht en touwen rechtop geholpen. Recent onderzoek wijst uit dat de beelden steeds waken nabij plaatsen waar drinkwater voorhanden was, een zeldzaam goed op een eiland zo ver van de rest van de wereld.

De god van de tonijnvissers

 

Naar welke rituelen werden uitgevoerd en welke rol de beelden precies speelden in het dagelijks leven, hoe en of ze eventueel aanbeden werden, zal het hoogstwaarschijnlijk eeuwig gissen blijven. Wel is zeker dat er doorheen de eeuwen een aantal beelden en kunstvoorwerpen geroofd of “verkocht” zijn, ook door Belgische expedities. In 1934 wordt een ietwat verdachte ruilhandel opgezet tussen de Chileense overheid en Frans-Belgische expeditieleden. Welk recht had de Chileense overheid überhaupt om zich de beelden toe te eigenen?

 

Een Maoi op Paaseiland

 

In ruil voor Egyptische kunstwerken mogen de Belgen Pou Hakanononga meenemen, de god van de tonijnvissers, een beeld van bijna 6 ton. De Mercator voert het beeld begin 1935 terug naar België, waar het tot op vandaag in het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel te bezichtigen valt. Ook in het British Museum staat een Moai en ook daar staat hij niet echt op zijn plaats. Evenals het debat omtrent repatriëring van Congolese kunst volop woedt in België, gaan op Paaseiland stemmen op om de kunstobjecten van hun voorouders terug thuis te brengen. De weg is lang en vol vehikels, maar stellen wij ons ook niet beter de vraag of rituele kunst buiten rituele context niet gewoon gebruiksvoorwerpen met economische waarde worden?

Wie de beelden in volle glorie in hun originele context wil aanschouwen, kan vanaf heden met ons mee naar Paaseiland, als verlenging na je rondreis in Argentinië en/of Chili.

CHILI - Verlenging Paaseiland - 4 dagen