Op zoek naar iets?

Roadtrip in IJsland

Soundtrack voor de stilte

IJslands bloed, kostbaar goed. Van de ijzige diftongen van Björk tot de snoeiharde beats van Samaris, de IJslandse muziekscene is erg veelzijdig maar tegelijkertijd ook onmiskenbaar IJslands. Geen beter moment voor een roadtrip door het land van vuur en ijs dan de zomer, en geen betere kompaan voor die roadtrip dan onze soundtrack voor de stilte. Stuk voor stuk IJslandse nummers die het onderweg zijn leuker maken dan het aankomen. Op deze lijst the usual suspects zoals Sigur Rós, maar ook jong en opkomend geweld, volledig klaar om uw trommelvliezen te doen sidderen en een aanslag op onze tere zieltjes te plegen.

1. Sigur Rós

 ---------------------------

Over Sigur Rós kunnen we boeken volschrijven, encyclopedieën hoogstwaarschijnlijk. Sinds het gezegende jaar 1994 staat de band in de voorhoede van de experimentele muziek, en na bijna 25 jaar slagen ze er nog steeds in ons te overrompelen. Laat ons voor nu gewoon even stellen dat geen muziek de IJslandse stilte beter weerspiegelt dan het weemoedige vernuft van Jonsí en zijn kornuiten. Sigur Rós is het schoolvoorbeeld van muziek die voor de kunst en niet voor entertainment gemaakt is, een fenomeen waar onze hitlijsten reeds tientallen jaren aan lijden. Geen falset ter wereld die onze hartsnaren zo weet te bespelen als die van Jonsí (sorry Bon Iver). Het is muziek waar je hoogstwaarschijnlijk niets van verstaat, maar volledig begrijpt. Je hoeft heus geen talig wonder te zijn om Sigur Rós te ontcijferen. Met slechts enkele woorden roept de band hele gevoelswerelden op, soms monumentaal maar vaak erg broos. 'Svefn-g-Englar' (Ágætis byrjun, 1999) is als een zachte zomerregen op een verhit wegdek. Dauwdruppels die twijfelen tussen vallen en blijven hangen. Een wolkeloze ochtend die zich aan bloeddoorlopen ogen opdringt na een slapeloze nacht. Kortom, een vluchtig moment van onnavolgbare schoonheid, onlosmakelijk verbonden met een beetje melancholie.

 

2. Jóhann Jóhannsson

----------------------------------------------------

De betreurde IJslandse componist Jóhann Jóhannsson, bij het grote publiek vooral bekend voor zijn soundtracks voor onder meer 'The Theory of Everything' en 'Arrival', werd bij leven genomineerd voor tal van filmprijzen, won een Golden Globe en ging vorig jaar op de World Soundtrack Awards tijdens Film Fest Gent met de hoofdprijs aan de haal. In februari bereikte ons echter het droeve nieuws dat de minzame IJslander op 48-jarige leeftijd in Berlijn overleden is. In zijn soloplaten weerklinkt Jóhannsson's ware muzikale aard. Van het breekbare Englabörn (2002) tot het eerder monumentale Fordlandia (2008), naar Henry Ford's verloren gegane utopie in het noorden van Brazilië. In 2016 verscheen Orphée, naar de tragische held Orpheus, zoon van Apollo en de muze Kalliope, wiens zoetgevooisde stem verleidelijker was dan de lokroep van de Sirenen en wiens muzikale giften het goddelijke overstegen. Zoals vaker in het werk van Jóhannsson vinden conventioneel en vernieuwend, orkestraal en elektronisch elkaar moeiteloos op Orphée. Het nummer 'By the roes, and the hinds of the field' zou zo maar uit de Metamorfosen van Ovidius kunnen geplukt zijn. Hartverscheurend in eenvoud, fragiel zonder ooit te zwak te zijn en tegelijkertijd een onvergankelijke ode aan de stilte.

 

3. Olafúr Arnalds

 ----------------------------------------

Ólafur Arnalds hoeft weinig introductie, Einar Georg misschien wel. Voor Arnalds is Georg "poet and general awesome person" en dat is zonder meer een accurate omschrijving. Georg is tevens de vader van IJslands muzikant Ásgeir (verder in dit lijstje), wiens muzikale exploten de dichter opluistert met wondermooie woorden. Ólafur Arnalds is een IJslandse multi-instrumentalist en componist waar we niet genoeg superlatieven voor kunnen bedenken. Van geweldige samenwerkingen met de klassieke pianiste Alice Sara Ott (The Chopin Project), waarop Arnalds de nocturnes van Chopin in een diep en donker elektronisch deken hult, tot geweldige soloplaten als Living Room Songs (2004). 'Árbakkin' opent de plaat Island Songs (2016) waarvoor Arnalds enkele weken lang IJsland rondreisde om, vergezeld door enkele lokale muzikanten, de meest wonderlijke creaties uit zijn piano te toveren. Nanna Bryndís Hilmarsdóttir bijvoorbeeld, zangeres van Of Monsters and Men, vergezelt Arnalds in een trappenhal voor het nummer 'Particles'. 'Árbakkin' opent met het gedicht 'Ån i lavan' (De rivier in de lava), een lankmoedige lofzang op het IJslandse landschap waartegen Georg's jeugd zich afspeelde, een hymne om gebroken harten weder samen te lijmen. Op de achtergrond zwelt zacht maar zeker de piano aan, van ontluikend bloemknopje tot doorwinterd bos.

 

4. Low Roar

---------------------------

Low Roar is de vreemde eend in de bijt in dit lijstje, omdat het technisch gezien niet om een IJslandse maar een Amerikaanse band gaat. Zanger Ryan Karazija verliet in 2011 het zonnige California en vestigde zich helemaal alleen in Reykjavík. Vanuit zijn woonkamer en met niets meer dan een laptop en wat opnameapparatuur nam hij in zijn eerste jaar in IJsland de plaat Low Roar op. Stranger in a strange land, dat brengt heel wat hartzeer en levensvragen met zich mee. Gelukkig ging Low Roar er constructief mee aan de slag. Gaandeweg vervoegden drie IJslandse muzikanten Ryan op zijn queeste, en vandaag is het niet van de pot gerukt om het over een IJslandse band te hebben. 'Nobody loves me like you' (0, 2014) is een epos over kleine dingen. Over één kleine liefde tussen miljarden kleine liefdes, die stuk voor stuk onderhevig zijn aan de wetmatigheden van het onvermijdelijke. Low Roar treedt met regelmaat in ons land op. Het is maar een idee...

 

5. Ásgeir

---------------------

Zo vader zo zoon, ook in Laugarbakki, populatie: 40. In zijn jeugdige jaren hield Ásgeir Trausti Einarsson, de jongste tel uit het gezin Einarsson, het IJslandse record speerwerpen. In de Noorse mythologie betekent de naam 'Ásgeir' zoveel als 'speer van de goden'. Bespeuren wij daar enige noodlottigheid? Vandaag verkoopt de jonge singer-songwriter in IJsland beter dan Sigur Rós en Björk, en dat wil heel wat zeggen. Het kan verkeren. Ásgeir is een man van weinig woorden, een oude ziel in een jong lichaam. Met slechts 25 lentes op de teller is de jonge singer-songwriter toch al aan zijn derde langspeler toe. Onderweg evolueerde hij van brave folkpop tot iets gewaagdere elektronische muziek, echter steeds zachtmoedig en enig mooi. De jonge IJslander heeft het hart op de juiste plaats. Bij het verschijnen van zijn tweede plaat verklaarde Ásgeir: "I hope it will make the world just a little bit nicer." Het rijk is aan de introverten! 'Going Home' hoort bij Ásgeir's tweede album In The Silence (2013) en gaat over - niet verwonderlijk - het ondefinieerbare gevoel dat 'thuis' heet. En die thuis, dat is het woeste noordwesten van IJsland.

 

6. Axel Flóvent

-----------------------------------

Axel Flóvent, een jonge singer-songwriter uit het bescheiden Husavík in het noorden van IJsland, is een rijzende ster in het land van vuur en ijs, denken we. En mocht hij dat nog niet zijn, dan wordt het hoog tijd. Er moet toch iets in die IJslandse bodem zitten, een vooralsnog niet ontdekt element dat de creativiteit van de IJslanders aanwakkert. Of is het, zoals Ásgeir eerder in een interview opperde, omdat er voor jongeren in de kleine dorpjes maar weinig te beleven valt, dat muziek een welkome uitlaatklep wordt. Husavík is het walhalla om walvissen of papegaaiduikers te spotten. Er is echter maar 1 café waar je 's avonds (en dan ook maar één keer per week later dan 10 u.) bij een biertje over de dingen des levens kan palaveren. Wat toekomstperspectieven betreft, zijn de zaken ook enigszins magertjes. Flóvent vertelt kleine verhaaltjes met een hoge haardvuurfactor, liedjes om een beetje dichter bij elkaar bij te kruipen. Evenals Ásgeir is Flóvent niet de grootste prater, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt in zijn intieme folkpopfabeltjes.

 

7. Vök

----------------

Het hoeft niet al weemoed en traagheid te zijn wat de klok slaat. Om deze lijst met een - relatief - vrolijke noot verder te zetten, gooien we het over een andere boeg. Vök, oorspronkelijk uit het sprookjesachtige Hafnarfjörður, is een jonge elektropopband met thuishaven in hoofdstad Reykjavík. Bezwerende beats en de dromerige stem van Margrét Rán Magnúsdóttir, meer was er in 2013 niet nodig om de jury van Músíktilraunir, zeg maar de IJslandse Humo's Rock Rally, te overtuigen. Pittig detail: tot een aantal weken voor het concours bestond Vök niet eens. Hafnarfjörður staat erom bekend een van de grootste nederzettingen voor elven, dwergen en andere mystieke mogendheden in IJsland te zijn. Vök is echter ongenadig modern. Dat IJsland jaarlijks een gooi doet naar het hoogste aantal indiebands per capita steekt de band op de donkere winters. Muziek als wapen tegen de verveling. De single 'Waiting' (2016) is een stevig staaltje eilandesthetiek. Voor een muziekvideo hoef je in IJsland eigenlijk niet erg veel moeite te doen. Geen betonnen bergen of flink opdringerige figuranten om je druk over te maken. Je oefent je blik-op-oneindig thuis voor de spiegel, neemt een paar camera's mee en stapt de deur uit.

 

 

8. JFDR

 ------------------

JFDR, kort voor Jófríður Ákadóttir, is zonder twijfel een van de meest productieve artiesten uit de IJslandse muziekscène. Met haar band Samaris dompelde ze in 2014 het Gentse DOK in een elektronische wervelwind onder, met tweelingzus Ásthildur vormt ze het aan magie grenzende duo Pascal Pinon en nu verovert ze op haar eentje de wereld als JFDR. In die mate zelf dat Björk, zo goed als royalty in IJsland, in een interview met The Guardian aangaf danig onder de indruk te zijn van de 24-jarige Jófríður. Eerder dit jaar werd ze in IJsland ook tot 'Artiest van het jaar' gebombardeerd. Ondanks het feit dat ze met verschillende bands reeds een groot stuk van de wereld zag, klinkt JFDR beslist IJslands: een fabelachtig feeërieke stem, experimenteel als het even kan en steeds dat Engels doorspekt met IJslandse klanken. Ondergetekende zat in 2014 op DOK, voor het optreden van Samaris, zonder het te weten naast Jófríður in de tribune en beklaagt zich dat tot op heden nog steeds. 'White Sun' prijkt op haar eerste langspeler Brazil (2017) en is een in nevel gehulde liefdesverklaring aan de "icy lands of eternal, ceaseless calmness" van IJsland.

 

9. Mammút

----------------------------

De ster van Mammút schittert al enkele jaren aan het IJslandse hemelfirmament, en dat doet ze al enkele jaren even fel. Het IJslandse kwintet brengt sjamanistische sagen, even bezwerend als bevreemdend. Vocalist Katrína Kata Mogensen waagt zich in het nummer 'Believe' bijvoorbeeld aan een cover van opperdiva Cher in een karaokebar, met als enige toeschouwers een stel verwarde husky's. Veel beter en zo mogelijk nog meer kitch dan het origineel. Mammút is een verslaving die bij elke luisterbeurt imminenter en dreigender wordt, een uppercut uit onverwachte hoek. Grenzen tussen genres vervagen moeiteloos en het is bijna dierlijk hoe Mogensen haar stem bespeelt. Intuïtief, luchtledig, zonder regels. 'Glæður' is een archetypisch nummer, een oorlogsdans die tergend traag verder raast. Een storm die zich opnieuw en opnieuw aankondigt, en nooit tot wasdom komt. Glæður wil zoveel zeggen als vuurvonkjes, en bij Mammút dansen die dreigend door het duister. 

 

10. Arnór Dan

----------------------------------

Arnór Dan moet zowat de meest gevraagde vocalist van IJsland zijn, erg graag gezien bij een hele rist IJslandse bands en orkesten. Zijn stem is licht nasaal, zacht raspend en van nature melancholiek. Meer wapens heeft Arnór niet in zijn arsenaal. Meer heeft hij ook niet nodig. Naast samenwerkingen met onder meer het IJslandse Symfonische Orkest en Olafúr Arnalds staat hij ook aan het roer van de band Agent Fresco. Een muzikale veelvraat dus, wiens honger niet te stillen is. In 'Waves' slaat hij de handen in elkaar met het neoklassieke duo Hugar, en veel meer woorden hoeven we er niet meer vuil aan maken. De muziek spreekt voor zichzelf.